Je denkt dat je een festival organiseert. Maar eigenlijk organiseer je een klein maatschappij-experiment, waarbij alles wat er in de wereld speelt vroeg of laat op je terrein belandt. Inflatie, personeelstekorten, klimaat, vergunningsregels die elk jaar anders worden uitgelegd — het is allemaal van invloed op wat wij hier proberen te doen. En dat is iets wat ik de afgelopen edities steeds sterker ben gaan voelen.
Het nieuws komt altijd het festivalterrein op
Ik weet nog dat we voor de tweede editie bezig waren met de programmering en er tegelijkertijd van alles speelde rondom evenementenvergunningen in gemeentes door het hele land. Gemeenten die strengere geluidsregels invoerden, buurgemeentes die ineens anders gingen kijken naar hoeveel bezoekers er op een grasveld mochten staan. Wij hadden dat niet verwacht. We dachten: we zijn klein, we kennen de wethouder, het komt goed.
Maar goed, dat klopt niet altijd. Wat er in de bredere samenleving speelt — discussies over overlast, over veiligheid, over de positie van kleine culturele initiatieven — sijpelt gewoon door in hoe ambtenaren naar jouw aanvraag kijken. Ik ben toen maar gaan zoeken naar achtergrond. Hoe zit dat landelijk? Wat speelt er? En dan kom je al snel uit bij berichten op NOS over lokale overheden die de teugels aantrekken rondom evenementenbeleid. Dat soort context helpt je om niet alleen maar boos te zijn op de gemeente, maar ook om te begrijpen waar het vandaan komt.
En dat begrip helpt je vervolgens in het gesprek. Serieus. Als je bij de vergunningsverlener zit en je weet wat er speelt — landelijk, politiek, maatschappelijk — dan praat je anders. Dan ben je niet de festivalknutselaar die zijn zin wil. Dan ben je iemand die het grotere plaatje kent en laat zien hoe jouw festival daarbinnen past.
Wat je leert als de begroting krimpt
Inflatie is iets wat je in het nieuws hoort en dan denkt: ja, boodschappen zijn duurder, klopt. Maar als festivalorganisator merk je het op een heel andere manier. De huurprijs van het podium. De kosten voor hekken. De vrijwilliger die vroeger blij was met een gratis polsbandje en nu — heel terecht — vraagt of er ook een maaltijdvergoeding bij zit. Alles is duurder geworden, en de kaartprijs kan je niet zomaar verhogen want dan haken mensen af.
Wij hebben een editie gehad waarbij we halverwege de voorbereiding merkten dat we structureel te weinig hadden begroot. Niet door slecht plannen — we hadden gewoon niet meegenomen dat alles om ons heen in prijs was gestegen. Dat was een rotmoment. Ik zat met een spreadsheet die klopte op papier maar niet meer in de werkelijkheid.
Wat we toen hebben gedaan:
- Drie artiestenslots omgezet naar lokale acts die we al kenden en die voor een lagere fee wilden spelen
- De cateringpartner gevraagd of er een deal mogelijk was in ruil voor exclusiviteit op het terrein
- Twee vrijwilligers gevraagd of ze een weekendje extra wilden draaien in ruil voor een kaart voor de volgende editie
- De podiumtechnicus gevraagd of hij bereid was een dagdeel te schrappen als we hem volgend jaar als eerste belden
Het werkte. Niet perfect, maar genoeg. En het leerde me iets wat ik daarvoor niet goed genoeg doorhad: een festival zonder grote sponsor draait op relaties. Niet op contracten, op relaties.
Vrijwilligers en de week dat alles tegelijk fout ging
Er is een editie geweest — ik noem geen jaar, want ik wil niemand in verlegenheid brengen — waarbij we op vrijdagochtend, acht uur voor opening, drie dingen tegelijk hadden: een vrijwilliger die zich ziek meldde voor de EHBO-post, een hekkenplan dat niet klopte met de vergunning, en een artiestenbegeleider die niet wist waar de backstage-ingang was omdat we die op het laatste moment hadden verplaatst.
Ik stond daar met mijn telefoon in mijn hand en dacht: dit is het dan. Dit is het moment dat ik altijd heb gevreesd.
Maar je lost het op. Dat is het rare. Je lost het altijd op, op de een of andere manier. De EHBO-post hebben we die dag bemand met iemand die normaal op de entree stond en toevallig ook een BHV-certificaat had — dat wist ik niet eens. Het hekkenplan hebben we ter plekke herschetst op een vel karton en dat ingescand naar de vergunningsverlener met de vraag of dit ook mocht. Het mocht. En de artiestenbegeleider stond uiteindelijk gewoon op de goede plek, omdat iemand van de band haar had gebeld.
Wat ik hiervan heb geleerd is dit: vrijwilligerscoördinatie is niet iets wat je een week van tevoren regelt. Het is iets wat je het hele jaar door doet. Mensen kennen. Weten wie wat kan. Weten wie er flexibel is en wie er juist structuur nodig heeft. Als je dat weet, dan heb je een buffer die je niet in een spreadsheet kunt zetten.
En nog iets: geef vrijwilligers meer informatie dan je denkt dat ze nodig hebben. Niet minder. Als ze weten waarom iets zo is geregeld, dan kunnen ze zelf beslissen als het anders loopt. Dat is goud waard op een dag dat jij tien andere dingen aan je hoofd hebt.
Regen, en wat je er eigenlijk van leert
Iedereen vraagt altijd: wat doe je als het regent? En ik zeg dan altijd: je wordt nat. Dat is het antwoord. Je wordt nat, je publiek wordt nat, de artiesten worden nat, en het gaat gewoon door.
Maar er zit meer achter. Regen is het moment waarop je ziet of je festival goed in elkaar zit. Niet qua programmering, maar qua sfeer. Qua hoe je het hebt opgebouwd.
We hebben een editie gehad waarbij het op zaterdag de hele middag heeft geregend. Echt hard, niet zo’n beetje. En wat er toen gebeurde was eigenlijk mooi om te zien. Mensen bleven. Ze trokken poncho’s aan, ze gingen dichter bij het podium staan, ze hielpen elkaar met het vasthouden van parasols die steeds omsloegen. Een vrijwilliger — iemand die normaal bij de merchandise stond — begon spontaan droge handdoeken uit te delen die we hadden liggen voor de backstage. Dat had niemand gevraagd. Hij deed het gewoon.
Dat soort dingen onthoud je. Niet de droge edities, maar de natte. Niet de avonden waarop alles liep, maar de avonden waarop het misging en het toch goed voelde.
En praktisch gezien heb je nodig:
- Een noodplan voor de geluidsinstallatie bij extreme neerslag
- Duidelijke communicatie naar bezoekers over wat er wel en niet doorgaat
- Iemand die de weersapp in de gaten houdt en beslissingsbevoegdheid heeft
- Tenminste één overdekte ruimte waar mensen even droog kunnen staan
Dat laatste klinkt simpel maar is het niet. Zeker niet als je op een terrein zit dat je huurt en waarbij je niet zomaar een tent mag neerzetten. Vraag dat van tevoren uit. Leg het vast in de vergunning. Doe het niet zoals wij het de eerste keer deden, namelijk aannemen dat het wel zou klaarkomen.
Tot slot
Organiseren is eigenlijk gewoon leren. Elke editie leer je iets wat je de volgende keer anders doet. Soms omdat het fout ging, soms omdat iemand je er op wees, soms omdat je iets las of hoorde en dacht: hé, dat raakt ons ook.
Ik ben er van overtuigd dat een klein festival juist sterk is omdat het dicht op de werkelijkheid zit. Geen grote buffers, geen managementlagen, geen PR-afdeling die alles gladstrijkt. Gewoon mensen die iets willen maken en bereid zijn te leren als het niet lukt. Dat is wat Veerkrag voor mij is. En dat is ook waarom ik er elke keer weer aan begin.